Süßer Samstag

Mijn man is net terug van de bakker. De zoete zaterdag kan beginnen. Een krustenbrot van zuurdesemdeeg met heerlijk knapperig korstje, twee kaiserbrötchen en....drie quarkini’s. Quarkini’s of quarkbällchen zijn alleen verkrijgbaar in het carnavalsseizoen. In Limburg, waar ik ben opgegroeid, liggen in dit seizoen de nonnevotjes op de toonbank van de bakker – quarkini’s smaken net zo, maar zijn kleiner, ronder en er zit iets van kwark door het deeg. Quarkini’s zijn mijn stiekeme verslaving.

Terwijl ik de broodjes smeer, gaat de bel. De buurvrouw. Ze nodigt ons op de koffie bij haar thuis. Buurman blijkt jarig. ‘Ja hoor, we komen straks, gezellig!’ Én lekker, denk ik erachteraan, want ik weet toevallig welke taart de buurvrouw graag bakt – een die ik superlekker vind! Maar eerst even boodschappen doen en wat klussen afhandelen. Een half uur later worstel ik me door alle proeverijen heen bij de Edeka, onze eigen Appie. Eerst langs de dame met zelfgemaakte pompoensoep, dan een paar Vietnamese loempiaatjes, een glaasje sekt, pasta met tomatensaus van pizzaboer Pino en een mini-mini-bekertje spaghetti-ijs. Vijf standjes, vijf probeerporties. Samen goed voor een heerlijke lunch (als je het tijdstip van boodschappen doen een beetje handig kiest).

Ondertussen werk ik netjes mijn lijstje af. Laatste verleiding voor de kassa: het speciale rek met Lebkuchen, een soort mix van taai-taai en peperkoek. Een echt wintergebak, ze hebben het in alle maten, vormen en smaken. Lebkuchen puur of in de chocolade gedipt, met glazuur, sinaasappelsnippers of amandelen. Ik bof, hoewel het Lebkuchen-topseizoen eigenlijk al voorbij is, is er nog behoorlijk wat te krijgen. Daar ga ik een heleboel vrienden en familieleden in Nederland heel blij mee maken. Mijn winkelwagentje raakt zoetjesaan aardig vol.

 

Tijd voor de koffie bij de buren! Koffie, dat is in Duitsland niet een kopje koffie met een koekje. Koffie, dat is Kaffee und Kuchen. Gedekte tafel, zelfgebakken Donauwelle, Apfelkuchen mit Streusel, en jawel, ze heeft ‘m gemaakt: de overheerlijke Goldtröpfchenkuchen, mijn favoriet. Een variant op de kwarktaart, met oliedruppeltjes die als gouden traantjes op de gesuikerde witte schuim rusten. Op tafel twee kannen met geklopte room. De kaarsjes branden.

We zijn er inmiddels aan gewend: de gastvrouw voelt zich best een beetje beledigd als je het bij maar één stukje houdt. Oké, doe dan ook nog maar een stuk van die andere, ik ga toch sporten straks. Hoewel dat voor de calorieverbranding ook geen zoden aan de dijk zet. Want bij onze tennisclub sla je niet alleen samen een balletje met een drankje aan de bar als toegift, maar ga je daarna ook nog eens samen aan tafel. Het eten wordt bij toerbeurt ambachtelijk thuis bereid en is zonder uitzondering veel, behoorlijk energierijk (‘wir haben ja so viele Kalorien verbrannt’) en heerlijk. Mét delicaat toetje. Zo wordt een potje tennis al snel ook een sociaal en culinair event.

 

Morgen zondag. Geen supermarkt, geen verjaardag, geen sport. Maar wel de bakker die ’s ochtends open is. Mmmm, dan neem ik morgen misschien wel vijf van die lekkere kwarkballetjes. Dat mag wel op süßer Sonntag, toch?