Pepernotenperikelen

Rondvliegende pepernoten in huis. Een jaarlijks terugkerend ritueel tijdens de Sinterklaasdagen toen we nog in Nederland woonden en zo had ik het ook gepland in Duitsland. Dat dit plan tot een soort cultuurschok zou leiden, waarmee ik ook nog lang na de Sinterklaastijd veel succes zou oogsten op feesten en partijen, dat wist ik toen nog niet.

Het was 5 december en we waren met drie bevriende Nederlandse gezinnen samengekomen bij ons thuis om gezellig Sinterklaasavond te vieren. Er waren maar liefst zeven kinderen in de leeftijd van een tot acht jaar. Het geloof in de Goedheiligman uit Spanje was buitengewoon groot.

Die middag had ik de overbuurman al aangesproken:

‘Herr Christ, darf ich Sie um einen Gefallen bitten?’

’Aber selbstverständlich, Frau Nachbarin, was kann ich für Sie tun?’

Ik vertelde Herr Christ over onze traditie van de pepernoten als strooigoed en overhandigde hem twee grote zakken met pepernoten – eigenhandig twee weken daarvoor gekocht tijdens een bliksembezoekje in thuisstad Maastricht. En of hij ze dan die avond na een seintje van mij door het open raam naar binnen zou willen strooien. Ik zag de verbazing in zijn ogen maar Herr Christ hield zich goed. Natuurlijk wilde hij aan dit ritueel meewerken. Zo gezegd zo gedaan. De iele kinderstemmetjes van de Sinterklaas-cd schalden door de woonkamer. De kinderen dansten rond de tafel waarop veel taai-taai, speculaas, borstplaat en banketstaven – ook allemaal bij Appie ingekocht. De ouders jutten de kleintjes nog eens flink op. ‘Oh, zo meteen komt-ie’ en ‘We moeten harder zingen, harder zingen, anders hoort de Sint ons niet’. De gemoederen raakten aardig verhit. Ramen besloegen, de rode koontjes kleurden alras nóg roder. Ik vond het tijd voor het sein. Even in de gang staan en Herr Christ bellen. Fluisterend in de hoorn: ‘Ja, jetzt, Sie können kommen, bitte’. En snel nog even checken of het grote raam nog steeds netjes op een kiertje stond. Het was gelukkig al donker buiten. Niemand van ons zou ook maar een schim van Goedheiligman Christ kunnen opvangen. Ik vond het zelf ook spannend worden en blèrde uit volle borst mee met Sinterklaas Kapoentje ‘......gooi wat in m’n schoentje...’ Ik dacht net, waar blíjft-ie nou, toen twee enorme klappen het feestgezang bruut overspoelden. GDENk, GDENk. Iedereen hield acuut z’n mond, twee kinderen vergaten ‘m zelfs te sluiten. Schrik in ieders ogen. Zelfs de volwassenen hoefden hun angst niet te veinzen. Waar in Sinterklaasnaam kwamen die klappen vandaan? Hadden we in ons ongecontroleerde dansritueel de vaas omgestoten? Pizza ontploft in de oven? We hielden onze adem in. Ogen zochten naar een verklaring. En waar blééf die Herr Christ met z’n pepernoten nou toch?

 

Dirk van drie begon te huilen. Grote zus Jeannet had inmiddels een vreugdevolle ontdekking gedaan. ‘MAMA....KIJK....pepernoten..!’ Op de grond twee lekker bolle zakken pepernoten. Maagdelijk onaangetast en helemaal dicht nog.

 

Ik heb het later nog wel eens aan Herr Christ verteld. Dat wij Nederlanders die pepernoten graag lós rondstrooien.

Ik geloof dat ik toen wéér die wazige blik in z’n ogen zag.....

 

[Verschenen in Duitsland Magazine 03/2012]