De Duitse siësta

Voor ons gevoel waren we naar een subtropisch land verhuisd. Zo warm was de zomer van 2001 in hartje Duitsland. Een aangenaam soort vakantiegevoel. Ook al omdat alles nieuw en onbekend was, het even wennen was met de taal en we onevenredig veel toeristische uitstapjes maakten in het begin. Woonden we nu echt maar vier uur rijden van onze roots in Nederland vandaan?

Dan ga je op zo’n mooie zaterdagnamiddag nietsvermoedend rond een uur of half twee even snel het gras maaien. Oh, nein! Een toevallige passant meldde zich heel beleefd. Of we niet op de hoogte waren van de verplichte Ruhezeit? We leerden over het verbod om welk burenlawaai dan ook te maken tussen één en drie uur ’s middags. In de stad waarschijnlijk redelijk uitgestorven, deze regeling, maar in ons dorp nog bijzonder actueel. Tussen een en drie regeert hier de Rust. Dus maaien de Duitsers in de vroege namiddag niet hun gazon, ze hanteren niet de heggenschaar, ze klussen niet - althans niet luidruchtig - en ze doen ook al geen boodschappen in de buurtwinkeltjes, want die blijken juist dan even een paar uurtjes te sluiten. Is het hier dan echt altíjd zo warm, flitste het door mijn hoofd, dat ze naar Zuid-Europees gebruik een siësta hebben ingevoerd?

Het werd een tikkeltje serieuzer nog, toen ook onze hond zich wat meer thuis ging voelen en de tuin als zijn heuse eigen territorium ging zien. Bewaakt zou die worden en bláffen moest-ie, naar alles en iedereen wat op straat voorbij kwam. Ook tussen een en drie. Al snel kwam de dag dat onze buurvrouw ons hierop aansprak. Of onze hond alstublieft stil kon zijn tijdens de Ruhezeit? Ok, zei ik nog, ik zal eens met Boef praten. Maar helaas, ik had al zo’n vermoeden: Boef begreep het niet. Hij was tussen een en drie net zo boos op voorbijgangers als ervoor en erna en vond het nodig zich met gelijk volume aan te stellen. Dus hielden wij noodgedwongen onze tuindeuren ordentlich dicht en bleef Boef binnen tussen een en drie. Ook bij dat zalige, zonnige zomerweer. Enigszins geërgerd was ik wel. Een beetje op arme Boef. Maar vooral op die rare Duitse regel. En zo bleef het jaren doorsudderen. Warme zomerdag? - tuindeur dicht in de vroege middag.

 

Die ergernis verdween twee jaar geleden plotsklaps als sneeuw voor de zon toen onze overburen een trampoline in de tuin kregen. En niet alleen hun twee zoontjes maar echt álle kinderen uit de buurt dat een toll idee vonden. De verleiding bleek te groot om zich er tussen een en drie van te onthouden. Trampoline springen zonder de bijborende oh en ahs en wows, dat gaat nou eenmaal niet - het springgeweld met bijbehorende akoustiek ging de hele dag onafgebroken door. Totdat onze buurvrouw – ja, diezelfde – ook dáár een opmerking over maakte. Niet tegen mij hoor. Nee, deze keer gelukkig tegen de ouders van onze overbuurjongetjes. Die zien er nu angstvallig op toe dat er rust heerst op het trampolineveld tussen een en drie. Sindsdien vind ik de verplichte Ruhezeit-regel helemaal nog niet zo slecht. Tussen een en drie, dat is míjn tijd. Buurtkinderen achter de pc, hond binnen en maaimachine in de wacht. Heerlijk, zo’n lekker stille Duitse siësta in eigen tuin. Zzzzz....

 

[Verschenen in Duitsland Magazine 02/2012]